| # | inventaris | item | datum |
|---|---|---|---|
| 2791 | DC.1/13.0.0 | Afrekening van het sterfhuis (nalatenschap) van Anna de Coninck (+ 1682). De vernoemde erfgenamen waren de elf kinderen van Johan de Coninck (1619-1684), wiens (stief)moeder Helena Chauvin (1641-1698) en oom Paulo Michiel Chauvin (tevens testamantair executeur en aalmoezenier te Antwerpen) optraden als testamentaire momboirs of voogden. Vier van deze kinderen stamden uit het eerste huwelijk van Johan de Coninck (1619-1684) met Anna Maria Macquereel (+ 1661) te weten: Johannes Franciscus de Coninck (priester), Anna Maria de Coninck (gehuwd met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen, die tevens optrad als haar momboir), Isabelle de Coninck (geestelijke dochter) en Jacobus de Coninck (1661-1724), die de familiezaak zou overnemen. Achterstallige schulden dienden nog vereffend te worden door Anna Wiggers, weduwe van wijlen dokter Simon Des Mares, Franchois de Witte en Joos Eeijvaerts. Deze afrekening werd op 09/10/1685 goedgekeurd door de Antwerpse binnenburgemeester Jacob Antoon De Witte en stadssecretaris Andries Van Valckenisse. | 28-05-1685 28-05-1685 |
| 2792 | DC.1/14.0.0 | Kwitantie waarin Johannes Franciscus de Coninck (priester) verklaarde ontvangen te hebben uit handen van Helena Chauvin (1641-1698), weduwe van Johan de Coninck (1619-1684) een derde deel van de erfenis van zijn zuster, Isabelle de Coninck (geestelijke dochter). Het resterende deel van de nalatenschap werd verdeeld onder Jacobus de Coninck (1661-1724), Anna Maria de Coninck (gehuwd met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen, die tevens optrad als haar momboir) en de overlevende kinderen van het echtpaar Chauvin-de Coninck. Naast Helena Chauvin (1641-1698) trad ook haar broer, Paulo Michiel Chauvin (aalmoezenier te Antwerpen), op als testamentair voogd/momboir. | 08-02-1687 08-02-1687 |
| 2793 | DC.1/15.0.0 | Balans van de deposito's (?) die werden beheerd door koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684). | 30-12-1661 30-12-1661 |
| 2794 | DC.1/16.0.0 | Opsomming (met watermerk) van verschillende renten met een gezamelijke kapitaalwaarde 45.000 gulden, die de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) als bruidschat meegaf aan zijn dochter Anna Maria de Coninck, die gehuwd was met Cornelis Du Mont. (Later trad Anna Maria voor een 2e maal in het huwelijksbootje met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen - zie 1/6.0.0 en 1/7.0.0). Enkele vernoemde debiteurs waren: postmeester Roelants (kapitaalrente van 24.000 gulden op zijn huis op het Kipdorp te Antwerpen), Gillis Huysmans (kapitaalrente van 4.000 gulden op zijn huis Den Rooden Leeuw in de Schuytstraet te Antwerpen), Jan Baptista Villa (kapitaalrente van 3.000 gulden op zijn huis S(in)te Quintiens in de Schuttershofstraat te Antwerpen), Norbertus Miertmans en Jacobus Van Breusegem (borg van 8.000 gulden), Cornelis Vande Kerckhoven (kapitaalrente van 3.000 gulden op zijn huis Den Gulden Appel over het klooster van de predikheren te Antwerpen) en Daniël Ryns (kapitaalrente van 1.500 gulden op zijn huis aan het Tappisierspand te Antwerpen). | 06-05-1675 06-05-1675 |
| 2795 | DC.1/17.0.0 | Kopie van een volmacht opgemaakt door notaris Ambrosius Sebille op aangeven van de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684), in aanwezigheid van de getuigen Joannes Franciscus Sebille en Jacques Lenaerts. Zo kreeg de neef van de opdrachtgever Gillis Du Mont, de broer van Cornelis Du Mont, de opdracht de uitbetaling van de bruidschat (renten) aan Anna Maria de Coninck in goede banen te leiden. (Later trad Anna Maria voor een 2e maal in het huwelijksbootje met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen - zie 1/6.0.0 en 1/7.0.0). Schuldenaars waren ondermeer: postmeester Roelants (kapitaalrente van 24.000 gulden op zijn huis op het Kipdorp te Antwerpen), Gillis Huysmans (kapitaalrente van 4.000 gulden op zijn huis Den Rooden Leeuw in de Schuytstraet te Antwerpen), Jan Baptista Villa (kapitaalrente van 3.000 gulden op zijn huis S(in)te Quintiens in de Schuttershofstraat te Antwerpen), Norbertus Miertmans en Jacobus Van Breusegem (borg van 8.000 gulden), Cornelis Vande Kerckhoven (kapitaalrente van 3.000 gulden op zijn huis Den Gulden Appel over het klooster van de predikheren te Antwerpen) en Daniël Ryns (kapitaalrente van 1.500 gulden op zijn huis aan het Tappisierspand te Antwerpen). | 03-08-1675 03-08-1675 |
| 2796 | DC.1/18.0.0 | Volmacht vanwege de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) aan zijn neef Gillis Du Mont om op te treden als testamentair momboir over de kinderen uit diens eerste huwelijk met Anna Maria Macquereel (+ 1661). Het betrof een kapitaalrente van 24.000 gulden (4.000 ponden Vlaams) bezet op het huis van postmeester Roelants, die bestemd was voor Anna Maria de Coninck die gehuwd was met Gillis' broer Cornelius Du Mont. (Later trad Anna Maria voor een 2e maal in het huwelijksbootje met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen - zie 1/6.0.0 en 1/7.0.0). Gillis droeg zijn testamentaire voogdij op zijn beurt over aan zijn broer Cornelis Du Mont, hetgeen op 14/01/1676 werd goedgekeurd door Antwerpse binnenburgemeester Philips Schoyte en stadssecretaris Maximinus Gerardi en ondertekend door H. Suijers. | 02-01-1676 02-01-1676 |
| 2797 | DC.1/19.0.0 | Goedkeuring voorgelegd door de testamentaire momboirs Johan de Coninck (1619-1684) en zijn schoonzoon Cornelis Du Mont, betreffende de toekenning van een rente van 300 gulden aan Johannes Franciscus de Coninck (° 1655) voor diens priesterwijding. De goedkeuring werd gegeven door Antwerpse binnenburgemeester Librecht Van den Hove en stadssecretaris Maximinus Gerardi. | 23-03-1678 23-03-1678 |
| 2798 | DC.1/20.0.0 | Notariële akte opgetekend door de Antwerpse notaris Ambrosius Sebille, waarbij priester Johannes Franciscus de Coninck (° 1655), de zoon van de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en Anna Maria Macquereel (+ 1661), werd aangesteld tot testamentair momboir/voogd over zijn minderjarige zus (Isabella de Coninck - geestelijke dochter) en broer (Jacobus de Coninck 1661-1724 - koopman/bankier in spe). Notaris Gaspar Verstockt en Alexander Sebille traden op als getuigen. | 08-04-1680 08-04-1680 |
| 2799 | DC.1/21.0.0 | Goedkeuring voorgelegd door de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) voor de benoeming van diens oudste zoon, priester Johannes Franciscus de Coninck (° 1655), tot testamentair momboir/voogd over zijn minderjarige zus (Isabella de Coninck - geestelijke dochter) en broer (Jacobus de Coninck 1661-1724 - koopman/bankier in spe). Het document, dat tevens werd opgetekend door notaris Ambrosius Sebille (zie DC.1/20.0.0), werd op 11 april 1680 ter goedkeuring voorgelegd aan het Antwerpse college van burgemeester en schepenen en goedgekeurd en ondertekend door Jan van Buere op 25/05/1680 | 25-05-1680 25-05-1680 |
| 2800 | DC.1/22.0.0 | Korte optekening van een rente van 750 gulden erfelijk ten gunste van Johannes Franciscus de Coninck (° 1655) voor zijn wijding tot priester. | 22-03-1678 22-03-1678 |