Historische kring Jan Vleminck

Familiearchieven Belgische adel

24154 artikels
# inventaris item datum
2811DC.1/33.0.0Goederenstaat van de nalatenschap (62.444 ponden, 13 schellingen en 7 Vlaamse groot) van Anna Maria Macquereel (+ 1661), de eerste vrouw van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684). Weduwenaar Johan had recht op de helft (31.222 ponden, 6 schellingen en 9.5 Vlaamse groot) en een bijkomende som van 666 ponden, 13 schellingen en 4 Vlaamse groot. De overlevende kinderen (Johannes Franciscus de Coninck ° 1655 - 8 jaar, Anna Maria de Coninck ° 1657 - 6 jaar, Isabella de Coninck ° 1659 - 4 jaar en Jacobus de Coninck 1661-1724 - 16 maanden) ontvingen een legitieme portie van 10.185 ponden, 4 schellingen en 6 Vlaamse groot. Naast Johan de Coninck (1619-1684) traden diens broer Gillis de Coninck en schoonbroer Franciscus Macquereel op als medemomboirs. De staat van goed werd ondertekend door notaris Ambrosius Sebille en goedgekeurd door de testamentaire commissarissen Philips Augustijn Cano (schepen van Antwerpen) en Maximinus gerardi (Antwerps stadssecretaris). 29-11-1662
29-11-1662
2812DC.1/34.0.0Ongedateerde benoeming, opgesteld door notaris Ambrosius Sebille in navolging van het gemeenschappelijke testament (18/09/1660) van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens eerste vrouw Anna Maria Macquereel (+ 1661), van aalmoezenier Paulo Michiel Chauvin tot testamentair momboir/voogd van de kinderen van de testateurs te weten: Johannes Franciscus de Coninck (° 1655 - priester), Anna Maria de Coninck (° 1657 - gehuwd met Cornelis Du Mont), en Isabella de Coninck (°1659 - geestelijke dochter) en Jacobus de Coninck 1661-1724. Paulo Michiel Chauvin was de broer van Johans' tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698). 01-01-1600
31-12-1699
2813DC.1/35.0.0Benoeming, opgesteld door notaris Ambrosius Sebille in navolging van het gemeenschappelijke testament (18/09/1660) van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens eerste vrouw Anna Maria Macquereel (+ 1661), van Cornelis Du Mont (gehuwd met Anna Maria de Coninck - ° 1657) tot testamentair momboir/voogd van de minderjarige (onder de 25 jaar) kinderen van de testateurs. Johan François Sebille en Abraham Van Diepenbeeck traden op als getuigen.07-01-1676
07-01-1676
2814DC.1/36.0.0Kopie van de benoeming, opgemaakt door notaris Ambrosius Sebille op aangeven van de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684), in aanwezigheid van de getuigen Johan François (Joannes Franciscus) Sebille en Jacques Lenaerts. Zo kreeg de neef van de opdrachtgever Gillis Du Mont de opdracht de uitbetaling van de bruidschat (renten) aan Anna Maria de Coninck (° 1657) in goede banen te leiden. Voorheen trad haar man en de broer van Gillis, Cornelis Du Mont (inmiddels overleden), op als testamantair voogd.(Later trad Anna Maria voor een 2e maal in het huwelijksbootje met Justus Anthonius De Jonghe, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen - zie ook DC.1/17.0.0). Enkele vernoemde debiteurs waren: postmeester Roelants (kapitaalrente van 24.000 gulden op zijn huis op het Kipdorp te Antwerpen), Gillis Huysmans (kapitaalrente van 4.000 gulden op zijn huis Den Rooden Leeuw in de Schuytstraet te Antwerpen), Jan Baptista Villa (kapitaalrente van 3.000 gulden op zijn huis S(in)te Quintiens in de Schuttershofstraat te Antwerpen), Norbertus Miertmans en Jacobus Van Breusegem (borg van 8.000 gulden), Cornelis Vande Kerckhoven (kapitaalrente van 3.000 gulden op zijn huis Den Gulden Appel over het klooster van de predikheren te Antwerpen) en Daniël Ryns (kapitaalrente van 1.500 gulden op zijn huis aan het Tappisierspand te Antwerpen) (zie ook DC.1/16.0.0, DC.1/17.0.0, DC.1/18.0.0 en DC.1/24.0.0). 03-08-1675
03-08-1675
2815DC.1/37.0.0Kladversie van het testament van Anna de Coninck (+ 1682), meesteres van het Antwerpse begijnhof. In eerste instantie maakte de erflaatster 6.000 gulden, afkomstig van de nalatenschap van haar broer Egidius de Coninck, over aan de hulpbehoevende gemeenschap. De kinderen van haar overleden broer, François de Coninck (1621-1662), ontvingen 4.000 gulden. De nakomelingen uit het eerste huwelijk (met Anna Maria Macquereel + 1661) van haar andere broer, Johan de Coninck (1619-1684), mochten rekenen op 6.000 gulden, alsook op een bijkomende lijfrente van 100 gulden. Het resterende deel van de nalatenschap kwam toe aan Johan de Coninck (1619-1684), terwijl de neef van de erflaatster, priester Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), het huis met tuin op het Kiel in ontvangst mocht nemen. Deze laatste trad tevens op als testamentair executeur. 08-06-1681
08-06-1681
2816DC.1/38.0.0Testament van de geestelijke dochter Isabella de Concink (° 1659), de dochter van de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en Anna Maria Macquereel (+ 1661), opgemaakt door de Antwerpse notaris Jan Baptista Thomas in aanwezigheid van Guilliam De Deker en Ignatius Basijn als getuigen. In eerste instantie wenste de testatrice de inrichting van 1000 zielmissen gehouden in het convent van de Kapucijnen. Daarnaast mocht de orde een legaat van 8.000 gulden in ontvangst nemen voor het onderhoud van de sacristie en ook de Antwerpse huisarmen mochten rekenen op een legaat 8.000 gulden. Haar broer (Jacobus de Coninck 1661-1724) en zus (Anna Maria de Coninck ° 1657) kregen elk een som van 9.000 gulden, terwijl haar oudste broer werd benoemd tot universele erfgenaam van alle resterende roerende en onroerende goederen.03-11-1683
03-11-1683
2817DC.1/39.0.0Akte afgesloten voor de Antwerpse schepenbank waarin de geestelijke dochter Isabella de Concink (° 1659), de dochter van de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en Anna Maria Macquereel (+ 1661), haar broer Johannes Franciscus de Coninck (° 1655 - priester) benoemd tot testamentair executeur. De akte werd vervolgens ondertekend door stadssecretaris Peeter Goos.22-07-1684
22-07-1684
2818DC.1/40.0.0Verklaring vanwege de koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) dat zijn ongehuwde kinderen na zijn dood eenieder som van 2.000 gulden zouden ontvangen. 25-12-1680
25-12-1680
2819DC.1/41.0.0Ongedateerde nota uit het grootboek BD van het bankiersbedrijf de Coninck, betreffende enkele openstaande schulden en tegoeden.01-01-1600
31-12-1699
2820DC.1/42.0.0Uittreksel uit de balans van het jaar 1664 van het bankiersbedrijf de Coninck, betreffende enkele openstaande schulden en tegoeden.01-01-1664
31-12-1664
 

A - Aartselaar Cleydael Stier
AR - Aartselaar
C - Cogels
CS - Calvert Stier
Charters - Aartselaar(CA), Cleydael(CC), Hemiksem(CH), Hoogstraten(CO), Loenhout(CL), Niel(CN), Schelle(CE)
DC - de Coninck
DG - de Gruben, Kramp, van Parijs, Martens, Fourmont, Fourment, van der Aa, Cardon, de Vlieghere, van Eupen, de Neuff, van Delft, Jordaens, van Horenbeeck, Beeckmans, Pouppez de Kettemis, de Turck, della Faille
H - van Havre
HS - van Havre Schoten
M - Melijn
P - Peeters d'Aertselaer
V - de Weerdt Rubens
VE - van Ertborn
VS - van Havre Stier
.