Historische kring Jan Vleminck

Familiearchieven Belgische adel

24162 artikels
# inventaris item datum
2931DC.2/19.0.0Kwitantie van 1050 gulden wisselgeld die Joannes Franciscus de Coninck (° 1655 - priester), Isabella de Coninck (° 1659 - geestelijke dochter), Jacobus de Coninck (1661-1724) en Helena Catharina De Jonghe (+ 1745 - de dochter van Anna Maria de Coninck (° 1657) en Justus Anthonius De Jonghe + 1714) van hun (groot)moeder Helena Chauvin (1641-1698) ontvangen hadden. Het ging om een som die deel uitmaakte van een legaat van 6.000 gulden wisselgeld uit de nalatenschap van Jan Baptista de Labistrate (° 1616) en Mechtildis Gerbrants, ten gunste van Helena Chauvin (1641-1698). 16-12-1697
16-12-1697
2932DC.2/20.0.0Gemeenschappelijk testament van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) en diens tweede vrouw Helena Chauvin (1641-1698), opgemaakt door de Antwerpse notaris Anthoni De Pieters De Jonghe in aanwezigheid van de getuigen Nicolaes Melis en Anthoni Laurens. De krijtlijnen van hun nalatenschap werden reeds eerder vastgelegd in het huwelijkscontract dat op 29/11/1662 werd afgesloten voor de Antwerpse notaris Ambrosius Sebille (zie DC.2/9.0.0). De erfenis diende netjes verdeeld te worden onder alle kinderen van Johan de Coninck (1619-1684). De ene helft ging naar de vier kinderen uit diens eerste huwelijk met wijlen Anna Maria Macqereel (+ 1661), te weten: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655 - priester), Anna Maria de Coninck (° 1657 - gehuwd met Justus Anthonius De Jonghe + 1714, zetelend in de Provinciale Raad van Vlaanderen), Isabella de Coninck (° 1659 - geestelijke dochter) en Jacobus de Coninck (1661-1724 - koopman/bankier). De andere helft van de erfenis was voorbestemd voor de zeven kinderen, die voortkwamen uit zijn huwelijk met Helena Chauvin (1641-1698), te weten: Jan Carel de Coninck, Maria Franchoise de Coninck (1664-1719), Josephus de Coninck (1665-1717), Egidius de Coninck (1669-ca. 1740), Maria Magdalena de Coninck (1672-1706), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Isabella Theresia de Coninck (° 1681-1686). 08-03-1684
08-03-1684
2933DC.2/21.0.0Ruilakte, opgesteld door de Antwerpse notaris Jacques Herreyns in aanwezigheid van de getuigen Jan Carel de Coninck en Jacobus Boeije, betreffende de nalatenschap van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684). Deze overeenkomst betrof een ruil van het erfdeel van Josephus de Coninck (1665-1717 - cavel C) met dat van zijn halfzus Anna Maria de Coninck (° 1657 - cavel F), die vertegenwoordigd werd door haar man Justus Anthonius De Jonghe (+ 1714 - raadslid van de Provinciale Raad van Vlaanderen en testamentair voogd/momboir). Eveneens aanwezig bij de transactie waren Helena Chauvin (1641-1698) en haar broer Paulo Michiel Chauvin (+ 1714), die beiden optraden als testamentaire momboirs.06-03-1685
06-03-1685
2934DC.2/22.0.0Notariële akte, opgesteld door de Antwerpse notaris Jacques Herreyns in aanwezigheid van de getuigen Jacobus Corbet (getuige), Jan Maria Herreyns (getuige) en Jacobus Boeije (getuige), betreffende de afhandeling van de nalatenschappen van de Antwerpse koopman/bankier Hans de Coninck (1589-1675), diens dochter Anna de Coninck (+ 1682 - meesteres van het Antwerpse begijnhof) en zijn zoon Jan de Coninck (1619-1684 - koopman/bankier, oudaalmoezenier). Helena Chauvin (1641-1698), de weduwe van Jan de Coninck (1619-1684), en haar broer Paulo Michiel Chauvin (+ 1714 - aalmoezenier) traden op als testamentaire momboirs of voogden. Enkele vernoemde erfgenamen waren: Maria Franchoise de Coninck (1664-1719), Josephus de Coninck (1665-1717) en Anna Maria de Coninck (° 1657 - geassisteerd door haar man Justus Anthonius De Jonghe (+ 1714).03-01-1685
25-04-1685
2935DC.2/23.0.0Inventaris en verkaveling van de nagelaten landgoederen van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684), zoals die werden opgetekend door Matthijs Van Goethem, Peeter Verelst en Pauls Demare. Een vierde van deze eigendommen kwam toe aan Johans weduwe Helena Chauvin (1641-1698), terwijl de rest werd verdeeld onder hun overlevende kinderen. De verkaveling werd op 27/02/1685 goedgekeurd door de Antwerpse binnenburgemeester Jacob Antoon De Witte en stadssecretaris Andries Van Valckenisse. 27-02-1685
27-02-1685
2936DC.2/24.0.0Inventaris en taxatie van de nagelaten huisraad van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) door de gezworen schatters Jan Heck en Peeter Herinckx, in aanwezigheid van Johans weduwe Helena Chauvin (1641-1698) en haar broer Paulo Michiel Chauvin (+ 1714). Het document draagt tevens de handtekening van de Antwerpse binnenburgemeester Jacob Antoon De Witte. (zie ook DC.2/25.0.0) 08-01-1685
08-01-1685
2937DC.2/25.0.0Inventaris en taxatie van de nagelaten huisraad van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684) door de gezworen schatters Jan Heck en Peeter Herinckx, in aanwezigheid van Johans weduwe Helena Chauvin (1641-1698) en haar broer Paulo Michiel Chauvin (+ 1714). Het document draagt tevens de handtekening van de Antwerpse binnenburgemeester Jacob Antoon De Witte. (zie ook DC.2/24.0.0)08-01-1685
08-01-1685
2938DC.2/26.0.0Afrekening van de nalatenschap van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684), die werd opgesteld door de Antwerpse notaris Jacques Herreyns en vervolgens ter goedkeuring werd voorgelegd aan de Antwerpse binnenburgemeester Jacob Antoon De Witte en stadssecretaris Andries Van Valckenisse. Na substractie van openstaande schulden en kosten, bleef er een som van 144.000 gulden over, waarvan 78.000 gulden was uitgetrokken voor Johans weduwe Helena Chauvin (1641-1698) en de overige 66.000 gulden werd verdeeld onder de vier kinderen uit Johans eerste huwelijk met Anna Maria Macquereel (+ 1661), te weten: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), Anna Maria de Coninck (° 1659 - geassisteerd door haar man Justus Anthonius De Jonghe + 1714), die optrad als testamentair momboir), Jacobus de Coninck (1661-1724) en Isabella de Coninck (° 1659), alsook onder de zeven kinderen uit het tweede huwelijk, te weten: Jan Carel de Coninck, Maria Franchoise de Coninck (1664-1719), Josephus de Coninck (1665-1717), Egidius de Coninck (1669-ca. 1740), Maria Magdalena de Coninck (1672-1706), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Isabella Theresia de Coninck (° 1681-1686). Verder werden vermeld: Paulo Michiel Chauvin (+ 1714), die optrad als testamentair momboir en Jacobus Janssens (1638-1719), "cassier vande penningen vanden sterfhuijse".21-02-1685
04-04-1685
2939DC.2/27.0.0Derde afrekening van de nalatenschap van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684), die werd opgesteld door de Antwerpse notaris Jacques Herreyns en vervolgens ter goedkeuring werd voorgelegd aan de Antwerpse schepen Jan Augustijn De Lannoy en stadssecretaris Andries Van Valckenisse. Na substractie van openstaande schulden en kosten, bleef er een som van 144.000 gulden over, waarvan 78.000 gulden was uitgetrokken voor Johans weduwe Helena Chauvin (1641-1698) en de overige 66.000 gulden werd verdeeld onder de vier kinderen uit Johans eerste huwelijk met Anna Maria Macquereel (+ 1661), te weten: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), Anna Maria de Coninck (° 1657 - geassisteerd door haar man Justus Anthonius De Jonghe (+ 1714), die optrad als testamentair momboir), Jacobus de Coninck (1661-1724) en Isabella de Coninck (° 1659), alsook onder de zeven kinderen uit het tweede huwelijk, te weten: Jan Carel de Coninck, Maria Franchoise de Coninck (1664-1719), Josephus de Coninck (1665-1717), Egidius de Coninck (1669-ca. 1740), Maria Magdalena de Coninck (1672-1706), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Isabella Theresia de Coninck (° 1681-1686). Verder werden vermeld: Paulo Michiel Chauvin (+ 1714), die optrad als testamentair momboir, Jacobus Janssens (1638-1719), "cassier vande penningen vanden sterfhuijse" en binnenburgemeester Jacob Antoon De Witte (1629-1688), die de afrekening ondertekende. (zie ook DC.2/26.0.0)07-08-1686
09-08-1686
2940DC.2/28.0.0Vierde afrekening van de nalatenschap van de Antwerpse koopman/bankier Johan de Coninck (1619-1684), die werd opgesteld door de Antwerpse notaris Jacques Herreyns en vervolgens ter goedkeuring werd voorgelegd aan de Antwerpse schepen Jan Augustijn De Lannoy en stadssecretaris Andries Van Valckenisse. Na substractie van openstaande schulden en kosten, bleef er een som van 96.000 gulden over, waarvan 52.000 gulden was uitgetrokken voor Johans weduwe Helena Chauvin (1641-1698) en de overige 44.000 gulden werd verdeeld onder de vier kinderen uit Johans eerste huwelijk met Anna Maria Macquereel (+ 1661), te weten: Joannes Franciscus de Coninck (° 1655), Anna Maria de Coninck (° 1657 - geassisteerd door haar man Justus Anthonius De Jonghe (+ 1714), die optrad als testamentair momboir), Jacobus de Coninck (1661-1724) en Isabella de Coninck (° 1659), alsook onder de zeven kinderen uit het tweede huwelijk, te weten: Jan Carel de Coninck, Maria Franchoise de Coninck (1664-1719), Josephus de Coninck (1665-1717), Egidius de Coninck (1669-ca. 1740), Maria Magdalena de Coninck (1672-1706), Ludovicus Franciscus de Coninck (1674-1758) en Isabella Theresia de Coninck (° 1681-1686). Verder werden vermeld: Paulo Michiel Chauvin (+ 1714), die optrad als testamentair momboir, Jacobus Janssens (1638-1719), "cassier vande penningen vanden sterfhuijse" en binnenburgemeester Jacob Antoon De Witte (1629-1688), die de afrekening ondertekende. (zie ook DC.2/26.0.0 en DC.2/27.0.0)04-09-1687
04-09-1687
 

A - Aartselaar Cleydael Stier
AR - Aartselaar
C - Cogels
CS - Calvert Stier
Charters - Aartselaar(CA), Cleydael(CC), Hemiksem(CH), Hoogstraten(CO), Loenhout(CL), Niel(CN), Schelle(CE)
DC - de Coninck
DG - de Gruben, Kramp, van Parijs, Martens, Fourmont, Fourment, van der Aa, Cardon, de Vlieghere, van Eupen, de Neuff, van Delft, Jordaens, van Horenbeeck, Beeckmans, Pouppez de Kettemis, de Turck, della Faille
H - van Havre
HS - van Havre Schoten
M - Melijn
P - Peeters d'Aertselaer
V - de Weerdt Rubens
VE - van Ertborn
VS - van Havre Stier
.